Naumann 1860. Photo credit: BioDivLibrary on Visualhunt.com / CC BY

Picus canus Gmelin 1788. Eng. grey-headed woodpecker. Ned. grijskopspecht.

Picus canus betekent grijze specht, vergelijk larus canus voor de stormmeeuw. Latijn canus: wit, grijs, lichtgrijs, in het bijzonder: met grijze haren. De grijskopspecht lijkt sterk op de groene specht, verschilt daarvan onder andere door grijs aan kop en hals.

Gmelin weet van de vogel door Johann Georg Gmelin (familie). In de jaren 1733-1743 reist deze door Siberië, leert de vogel kennen bij de Toengoezen (nu de Jewenken). In dezelfde tijd raakt hij ook in Europa bekend, maar men duidt nog vooral als ‘groene specht’ en daardoor heeft Linnaeus 1758 de soort niet. Zijn leermeester Olof Rudbeck maakte rond 1700 wel een kleurtekening van een vrouwtje, de eerste van de soort, maar hij denkt dat het een vrouwtje gróene specht is. Frisch 1743 beschrijft, zeer kort, beíde sexen van de grijskop, maar zet beide bij de groene. Edwards 1747 ontvangt er een uit Noorwegen, beschrijft hem uitvoerig, maakt een kleurtekening, noemt hem grey-headed green woodpecker, picus viridis capite cinereo, en zegt: ‘Hij heeft een grijze nek, en veel minder rood op de kop, maar verder is het bijna dezelfde als de groene specht’. ‘Misschien is het één soort’. En stelliger: “I take the Greyness of this Bird’s Head and under Side to be owing only to its Northern Habitation” (p.65). Klein 1750 is de eerste die groene en grijskop als soorten opvoert, wat Brisson 1760 overneemt.