Phoenicopterus ruber. Photo credit: Andrew Reding via Visualhunt / CC BY-NC-ND

Phoenicopterus roseus Pallas 1811. Eng. greater flamingo. Ned. flamingo.

De flamingo is ‘zo rood als een roos’. Pallas geeft roseus voor het opvallende rood aan de vleugels, voor de ‘vuurvleugel’ zie bij het genus, niet voor de lichtroze zweem van het witte kleed - waarnaar de vogel waarschijnlijk wel flamingo heet: Corominas 1984-1991 interpreteeert de naam als Vlaming, naar de bleke zeelui uit het Noorden waarmee men in Spanje in contact kwam - wat als flamenco bij de vogel kwam, later als flamingo weer bij ‘ons’, verder als flamenco in een dans. Dat Pallas de vleugels bedoelde, blijkt uit zijn omschrijving: “Phoenicopterus alis roseis, remigibus nigris” (II-207), ‘met rozerode vleugels en zwarte slagpennen’ (Latijn remex, remigis: roeier).

Tot eind 20e eeuw gaat de flamingo als een gehéél rode door het leven, met phoenicopterus ruber van Linnaeus 1758 als officiële naam (Latijn ruber: rood). Linnaeus bedoelde er ook de Europese flamingo mee, maar primair ging het om de Noord-Amerikaanse rode flamingo. Catesby 1731-1743: “it is entirely red” (Feduccia 1985 p.48). Voor beide vogels was phoenicopterus ruber de officiële naam. Later ziet men ze als ondersoorten. Toen men ze recent als soorten ging zien, was voor de Europese een nieuwe naam nodig, ruber moest bij de oorspronkelijke soort blijven. De naam van Pallas bleek de oudste te zijn.

Toch zien sommigen in de tijd van Linnaeus verschillen. In beschrijvingen die hij uit allerlei werelddelen ontvangt, valt Buffon 1796-1799 op dat sommige exemplaren roder zijn dan andere. Hij denkt aan invloeden van het klimaat, acht de verschillen niet groot genoeg “pour constituer deux espèces comme l’a fait Barrère” (VIII-249). Barrère, zijn landgenoot die in het Caribisch gebied rondreisde, is de eerste die soorten ziet. En de Europese noemt hij dan ook nog, in 1745: phoenicopterus roseus. Pallas kende die naam misschien, noemt hem echter niet.

-

Enkele andere namen voor de flamingo (de codes zie op Home):

(U) Frans géant, reus, naam in ‘Voyages et Avantures de François Leguat’ van 1708. Leguat ziet de flamingo op Mauritius, geeft géant voor de grootte (“Ils sont extrémement haut montez”, p.72). In het Afrikaans van Zuid-Afrika heten ze groot flamink, waarin de Vlaming van hogerop bijna terugkeert. Arnott 2007 behandelt ornithes meizones boōn van de oude Grieken, ‘vogels groter dan vee’, gezien bij water. Kunnen flamingo’s zijn geweest.

(U) Perzisch kaj-i-surkh, wat ‘rode gans’ zou zijn, gans misschien voor het lijf, en/of voor de luid gakkende roep. Europese naturalisten zagen in de flamingo soms een reiger, dan weer een ooievaar - en een Nederlands steltzwaan is ook ooit bedacht. Bij de lepelaar zat een vergelijkbaar plaatsingsprobleem, zie aldaar.

(U) Occitaans/Provençaals becarut, waarin bec, de vogel benoemd naar de snavel. Vergelijk het Provençaals bijvoeglijk naamwoord becarut: die een grote bek heeft.