Photo credit: Sergey Yeliseev via Visualhunt / CC BY-NC-ND

Motacilla citreola Pallas 1776. Eng. citrine wagtail. Ned. citroenkwikstaart.

Met motacilla citreola bedoelde Pallas ‘citroengele kwikstaart’ (de gele kwikstaart heeft een gríjze kop). Maar citreola zelf? Jobling 1991 denkt aan een verkleining van Latijn citreus: geel, citroenkleurig, maar citreus betekende: ‘van citrushout’ (Latijn citrus: citroenboom). In zijn tékst gebruikt Pallas wel Latijn citrinus: citroenkleurig.

In 1583 is er het woord citreolus: komkommer. Het gaat terug op *citriolum: citroentje, een verkleining van Laat Latijn citrium: een citroensoort, ook een komkommerachtige. Middeleeuws Latijn citrullus was een komkommersoort, de groene watermeloen, én de erwt. Huidig Frans citrouille is de pompoen. Kortom: ronde, meestal groene vruchten.

Mogelijk breidde Pallas de betekenis uit naar vogels en naar geel, of was dit al eerder gebeurd. Of hij vergiste zich. In 1811 in ieder geval verandert hij de naam in motacilla citrinella, misschien niet voor niets (maar de eerder gegeven naam gaat vóór, zie ook de Inleiding). Voor citrinella, kleine citroenkleurige, zie bij emberiza citrinella, en meer nog bij serinus citrinella, óók een naam van Pallas.