Westelijke. Photo credit: cruedag via Visualhunt.com / CC BY-NC-SA

Oenanthe hispanica (Linnaeus 1758: Motacilla hispanica). Eng. black-eared wheatear. Ned. blonde tapuit.

Linnaeus weet van de blonde tapuit door Edwards 1743, die uit Gibraltar onbekende soorten ontvangt en ze beschrijft. Zo wordt het hispanica.

De blonde komt inderdaad in Spanje voor, maar ook in Italië, op de Balkan, enzovoort - hoewel men er inmiddels twéé onderscheidt: de westelijke blonde tapuit vanaf Portugal tot in Italië en de oostelijke blonde tapuit vanaf Zuid-Italië tot in Iran.

In 1766 weet Linnaeus meer: “Habitat in Hispania, Italia” (p.331). De Italiaan Aldrovandi bleek hem in 1600 beschreven te hebben (maar Olson 2007 vermeldt, nog ouder, een 16e eeuwse kleurtekening van de Franse tekenaar Isaac la Grese). Aldrovandi beschrijft de westelijke blonde, ‘die we net als dé tapuit culo bianco noemen’, witgat, vergelijk Frans culblanc bij oenanthe oenanthe. Hij is iets kleiner dan dé tapuit; achter de ogen een halvemaanvormige zwarte vlek; kruin, hals, rug, borst en buik “ex ruffo flavescens”, geelachtig rood (p.763). Aldrovandi noemt hem oenanthe altera, ‘de andere oenanthe’, en Linnaeus ziet dat het dezelfde is als die van Edwards. Een pagina verderop heeft Aldrovandi hem wellicht nog eens, onder Italiaans strapazino, en Linnaeus noemt de vogel nu, met een foutje: motacilla stapazina.

Edwards gaf oenanthe fulva, rossige tapuit, en russet-colour’d wheat-ear, Engels russet: roodbruin. In 1758 had Linnaeus daardoor voor motacilla fulva kunnen kiezen: juist voor de westelijke blonde tapuit is dit een geschikte naam, gezien het rossige op borst, kruin en rug.

Misschien was de hypolais van Aristoteles al de blonde tapuit. Het verkeerd geschreven genus hippolais kwam eruit voort, voor meer over naam en soort zie aldaar.