Photo credit: BioDivLibrary on Visual hunt / CC BY

Oenanthe leucura (Gmelin 1789: Turdus leucurus). Eng. black wheatear. Ned. zwarte tapuit.

De zwarte tapuit is opvallend wit aan staart en stuit. Latham 1783 geeft hem daardoor als Engelse naam white-tailed thrush, wat Gmelin omzet in turdus leucurus: witgestaarte lijster (Grieks leukos: wit, oura: staart). Gmelin zette méér namen van Latham in een binomiale om, zie ook bij de Literatuur. Latham zegt niet hoe hij de vogel verkreeg, schrijft alleen: “Inhabits Gibraltar” (p.49).

Bij gespreide staart eindigt het wit in een zwarte T. De andere Europese tapuiten hebben dit ook, hadden óók zo kunnen worden benoemd, maar waren in 1783 nog niet bekend of waren al naar iets anders benoemd. Bij de zwarte tapuit valt het wit van de staart wel meer op, doordat hij zwart is, het mannetje vooral. De kleurtekening bij Latham (Xxxviii) laat de ‘verbazing’ als het ware zien: de staart is gespreid en het witte ervan werkt als een blikvanger.

Later schrijft Sonnini: “le blanc pur [de la queue] donne de l’eclat au reste de l’oiseau”, het zuivere wit van de staart laat de rest van de vogel schitteren (heruitgave en bewerking van ‘de Buffon’, 1799, deel 46, p.68).