Photo credit: talis qualis via Visualhunt.com / CC BY-NC

Sylvia undata (Boddaert 1783: Motacilla undata). Eng. dartford warbler. Ned. provençaalse grasmus.

Latijn undatus stond voor gegolfd, Latijn unda: golf. Cabard 1995 verklaart de naam met ‘de vibrerende vlucht’, maar de vlucht wordt in wetenschappelijke namen niet snel benoemd, bovendien houdt de vogel zich graag schuil - en undatus betekende gegolfd, niet golvend, vergelijk undata bij sylvia nisoria, waar het óók niet om beweging gaat.

Boddaert haalt zijn wetenschap uit Buffon 1770-1783, de eerste die de vogel beschrijft (wel werd 1773 bij het Engelse Dartford een paartje geschoten, zo: dartford warbler). Als naam heeft Buffon Provençaals pitchou, waarschijnlijk: de kleine, vergelijk Provençaals pitchou: klein (zo: provençaalse grasmus). Als belangrijk kenmerk heeft Buffon: “la gorge et tout le dessous du corps, ondé de roux varié de blanc”, ‘de keel en de hele onderkant rossig gegolfd, afgewisseld met wit’ - niet ondulé: golvend (Buffon 1796-1799, V-83). Door ondé zal Boddaert op undata gekomen zijn.

In het zomerkleed heeft het mannetje witte stipjes op de wijnrode keel, en een witachtige onderbuik: dat zal het ‘afgewisseld met wit’ zijn, en vooral dat eerste. Het rossige is de wijnrode onderkant. Gegolfd is minder duidelijk: door die stipjes kun je de keel gegolfd vinden, maar het ging om de hele onderkant. Net als Boddaert zag Buffon de vogel niet zelf: hij kreeg informatie van ‘monsieur Guys uit Marseille’. Bedoelde deze alleen de keel en gaf Buffon niet goed weer wat hij van hem ontving? Anderzijds: de onderkant bij deze soort is soms wat ‘slordig’, de veertjes liggen minder strak dan bij bijvoorbeeld de grasmus. Misschien viel dít monsieur Guys op.

-

Enkele andere namen voor de provençaalse grasmus (de codes zie op Home):

(U) Spaans negrillo, bij Granada, een naam waarin negro: zwart, donker. Vooral het mannetje is donker, en zeker vanaf een afstand, bovendien: is bovenop donkergrijs. Officieel Italiaans magnanina, waarin zwart als betekenis zit, de naam waarschijnlijk afgeleid van magnano: smid, kolenbrander (het naamtype zit ook bij andere donkere soorten: zwarte stern, winterkoning, zwarte roodstaart). Met sylvia ferruginea benoemde Vieillot 1817 de ónderkant: het mannetje heeft “les parties inférieures ferrugineuses”, roestbruin (p.209), vergelijk calidris ferruginea. In Italië is er occhirossi: roodoog (ook voor baardgrasmus en kleine zwartkop), en in Engeland, waar hij óók zit: fire-eyed chat. Officieel Spaans curruca rabilarga: langstaartgrasmus, rabo: staart, largo: lang. En zo hebben we de héle vogel ..

(V) Engels furze wren, Lockwood 1984: “A Surrey term for the Dartford Warbler, occuring in Yarrell 1843, an appropriate folk-name for a bird, wren-like in appearance, living on furze-covered heathland”. Snow 1998 geeft deze biotoop als Engels: in Zuid-Europa zit hij vooral in ‘open garrigue’ (lijkt op de maquis). Furze (brem, gaspeldoorn) zit in Engeland ook in namen voor paapje en roodborsttapuit, maar daar zonder wren, winterkoning. Als redenen voor wren geeft men het donkere, het kleine (zonder de staart ongeveer de winterkoning), die staart vaak omhooggehouden, de zit als een winterkoning, de verborgen leefwijze, en de ‘levensvreugde’ (druk gedrag).