Photo credit: juan_e via Visualhunt / CC BY-SA

Sylvia conspicillata Temminck 1820. Eng. spectacled warbler. Ned. brilgrasmus.

De brilgrasmus is ‘voorzien van een uitkijk’. Latijn conspicillum: uitkijkpost - conspicere, perspicere, inspicere: bekijken, waaruit inspecteren en inspecteur. Cabard 1995 neemt het letterlijk: vogel op de top van een struik. Waar er méér zitten, bovendien zegt ‘voorzien van’ dat het beoogde aan de vogel vastzit. We moeten hier de bril hebben.

Bij de brilgrasmus dacht men voor die bril natuurlijk aan de lichte ring rond het oog. Temminck kent vogel en naam via Alberto della Marmora, zie sylvia sarda, en deze schreef: hij lijkt sterk op de grasmus, verschilt daarvan onder andere doordat hij kleiner is, levendiger gekleurd, en ook, zoals Temminck het geeft, door “les espèces de lunettes noires sur les yeux” (I-211), ‘een soort zwarte bril op de ogen’ - waardoor Temminck als zijn Franse naam bec-fin à lunettes geeft, waarschijnlijk het model voor gebrilde grasmusch, de eerste Nederlandse naam (circa 1900). In Temmincks eígen beschrijving wordt nóg duidelijker waar het om gaat: “espace entre l’œil et le bec noir; cette couleur entoure aussi le cercle blanc des yeux”, ‘tussen oog en snavel zwart; die kleur ook rond de witte oogring’ (I-210). Een zwarte bril dus, vóór en half rond het oog. Niet de lichte ring, hoewel Marmora ook dát had kunnen bedoelen, aangezien de ring meestal iets breder is dan bij de grasmus.

Enkele andere brildragers zijn de brilduiker, de kolgans met spectacled brant, de kerkuil met sorcier à lunettes: gebrilde tovenaar, en de brilzee-eend met melanitta perspicillata, gezien de beschrijving in Edwards 1750, waarop Linnaeus 1758 anas perspicillata baseerde, vrij zeker de zwarte vlek aan weerszijden van de snavelbasis, “which rises a little from the Bill, and seems as if it was something stuck on it” (p.155), een opgeplakte bril. Misschien werd Temminck mede door perspicillata tot conspicillata geïnspireerd.