Photo credit: doctor_forester via VisualHunt / CC BY-NC

Sylvia melanocephala (Gmelin 1789: Motacilla melanocephala). Eng. sardinian warbler. Ned. kleine zwartkop.

Melanocephala betekent: met zwarte kop (Grieks melas: zwart, in samenstellingen vaak melano-, Grieks kephale: kop, hoofd). Vele vogels zijn naar hun zwarte kop of kruin benoemd, en in Europa heb je nog twee soorten met melanocephalus: de zwartkopgors, emberiza melanocephala, en de zwartkopmeeuw, larus melanocephalus. De zwartkop is er op een andere manier naar benoemd, met sylvia atricapilla. Bij díe overigens gaat het om de kruin, bij de kleine zwartkop om de hele kop.

Gmelin weet van de vogel door Cetti 1776, die hem op Sardinië ontdekt. Cetti gaf alleen Italiaanse namen, zit daardoor niet in de wetenschappelijke. Hij beschrijft hem ná de zwartkop: ‘Naast de grote capinero [zwartkop] is er nog een kleinere, die er qua kleed sterk op lijkt, maar hij heeft een mooie rode ring om het oog’ (“un bel cerchio rosso intorno all’ occhio”, p.218).

-

Enkele andere namen voor de kleine zwartkop (de codes zie op Home):

(U) Officieel Italiaans occhiocotto: verbrand oog (occhio is oog, cotto is onder andere: verbrand, vergelijk terracotta: bruinrood aardewerk, terra: aarde). Het roodbruine oog van het mannetje.

(U) Spaans curilla, is wel uitgelegd met de curilla, een kever die zwart is met rode dwarsstrepen (bij de vogel ging het dan om zwarte kop en rood oog), maar de naam wordt ook opgegeven voor koolmees en zwartkop, zodat het er een lijkt voor zwarte kop of kruin: men vergeleek waarschijnlijk met het hoofddeksel van een ‘cura’, een priester. Italiaans monachina: kleine non, de naam zit ook bij diverse andere soorten (en zie ook Duits mönchsgrasmücke bij de zwartkop). Duits samtköpfchen, in ‘Brehms Tierleben’ 1890-1893: op de kop ‘samtschwarz’ (Samt is fluweel), staart en vleugels ‘schwarz’, de rug ‘grauschwarz’ (IV-112), en met Samt lijkt dan ‘diep zwart’ bedoeld te zijn, waarbij men misschien ook wel aan glánzend zwart dacht, in elk geval past dat (in de Nederlandse vertaling van ‘de Brehm’ werd het fluweelen kopje, de huidige officiële Duitse naam is samtkopf-grasmücke). In Italië is er onder andere testina nera: zwartkopje, maar bij Ancona kon ook testina zonder meer: kopje. De ondersoort momus, die in het Midden-Oosten zit, lijkt er ook naar benoemd. De naam is van Hemprich en Ehrenberg 1833, uitleg gaven ze niet. Mogelijk haalden ze hem uit Momos, in de Griekse mythologie een ‘zoon van de nacht’, ‘god van smaad en bijtende spot’. Als gewoon woord betekende momos spot, hoon (Grieks momaomai: honen, aanmerkingen maken). Op afbeeldingen tilt Momos een masker op, of draagt een zotskap, en dat inspireerde Hemprich en Ehrenberg dan waarschijnlijk.