Photo credit: Andrej Chudy on Visualhunt / CC BY-NC-SA

Acrocephalus arundinaceus (Linnaeus 1758: Turdus arundinaceus). Eng. great reed warbler. Ned. grote karekiet.

Linnaeus over de grote karekiet: “Habitat in Arundinetis”, ‘Leeft in rietvelden’ (p.170). Latijn arundo: riet, arundinaceus: bij het riet horend. Arundinaceus is voor diverse riet- en krekelzangers gebruikt, maar ook voor andere rietbewoners, bijvoorbeeld in passer harundineus voor de rietgors, emberiza schoeniclus.

Niet alle rietzangers zijn echte rietvogels: de grote karekiet wel, zelden tref je hem ergens anders. Zijn nest vlecht hij kunstig rond de rietstengels.

Linnaeus kent de grote karekiet niet zelf, baseert zich op Klein 1750. In de buurt van Danzig, aan de monding van de Weichsel, Pools Wisła, ontdekt Klein hem. Het valt hem op dat de vogel de grootte van een zanglijster heeft: “Magnitudine est Turdi musici vulgaris” (p.180), vandaar in de naam bij Linnaeus turdus, lijster. Klein geeft turdus musicus palustris: moeraszanglijster. Linnaeus maakt er turdus arundinaceus van: rietlijster - Klein noemde ook het riet. Lijster zie je later terug in onder andere Nederlands rietlijster, Duits rohrdrossel: rietlijster, Noors trostesanger: lijsterzanger.

In de omschríjving permitteert Linnaeus zich enige vrijheid en lijkt daardoor de sperwergrasmus te bedoelen (Eigenhuis 2004: de krekelzanger). Die omschrijving, vertaald bij Houttuyn 1763: “Lyster die grys is, van onderen witagtig, met bruine Maanswyze dwars-streepjes, de Pooten blaauwagtig” (p.496). Klein had het over ‘grijs geschubd’ - Svensson 2010: “Van dichtbij soms enkele fijne grijze strepen zichtbaar op benedenkeel en bovenborst”. In 1766 verbetert Linnaeus zijn omschrijving.

Waarschijnlijk was het Belon 1555 die de grote karekiet als eerste had, onder rousserole, biesvogel, maar rietvogel bedóeld, zie bij de kleine karekiet, acrocephalus scirpaceus.

-

Enkele andere namen voor de grote karekiet (de codes zie op Home):

(U) Frans paisse des marais, mus in het moeras, opgetekend in Vincelot 1867, paisse uit Latijn passer, zie dat genus. Duits rohrsperling, mus in het riet, ook voor sommige andere rietzangers, zoals ook Nederlands rietmus. Mus vanwege het bruine kleed.

(G) Nederlands karekiet, klanknabootsing, bijna zo bekend als koekoek - ook voor de kleine karekiet maar van oorsprong waarschijnlijk een naam voor de grote, omdat deze het roept: karre-karre kiet-kiet (karrakiet, de oudere versie, geeft het geluid nog iets beter). Een aardige verbastering is Brabants parekiet, bijna een parkiet in het riet. En er is het beroemde en toepasselijke versje ‘Karre karre kiet kiet, je hoort me wel maar je ziet me niet’ (ook in andere landen zijn er). Uit het grote aantal andere nabootsingen: Frans racasse, en op karekiet lijkend caraquin, in Mecklenburg Duits karrakarrakîkîk, in de Donaudelta Roemeens caracátet, Spaans carrachichi. Ook past het door Gezelle 1881-1895 opgetekende Vlaamse gerrepíe, net als in karekiet de klemtoon op het eind, omdat de kiet-tonen hoog zijn, de karre- laag. Zwitserduits der gross rätsch: grote ratel, Duits sumpfrätsch: moerasratel. Opmerkelijk is Zwitserduits charreschmierer, charre: kar, wagen, schmieren: smeren, invetten. Als gewoon woord is het automonteur, ‘autosmeerder’, vroeger misschien wagensmeerder. Maakte deze zo’n geluid? Een vogel die ‘scharensliep’ werd genoemd, maakte een geluid dat op dat van de scharenslijper leek, maar of die regel híer opgaat? Een mogelijkheid is dat men fantasievol voortborduurde op karre (en kiet).

(G) Duits sumpfnachtigall, in Bechstein 1795, Frans rossignol de riviere: riviernachtegaal, in Belon 1555. Nachtegaal voor ook zingen in avond, nacht of vroege ochtend - wat ook enkele andere rietzangers doen, en zo is er voor de bosrietzanger Duits nachtsänger, voor de kleine karekiet Engels night warbler. Snow 1998 over de grote karekiet: “pre-dawn chorus of remarkable volume”, “snatches also given throughout night, especially if moonlit”. Buffon 1770-1783: nachtegaal “parce que le mâle chante la nuit comme le jour”. Frans belle-de-nuit: nachtschone, in 1784 opgetekend voor de grote karekiet, van oorsprong een naam voor Mirabilis jalapa, de nachtschone. De bloemen gaan open in de nacht ..