Photo credit: Aaron Maizlish via VisualHunt / CC BY-NC

Acrocephalus agricola (Jerdon 1845: Sylvia agricola). Eng. paddyfield warbler. Ned. veldrietzanger.

Latijn agricola betekende boer, letterlijk: akkerbewoner. Latijn ager: veld, akker, -cola: bewoner. Voor de vorm vergelijk acrocephalus paludicola, en de genera saxicolamonticola, limicola. Agricola was ook een achternaam, zie Johannes Agricola bij het goudhaantje, eigenlijk: Jan Boer. Het probleem: de vogel is geen bewoner van akkers, broedt vooral in droge rietvelden. Komt ook op de trek niet op akkers, wel bij “long grass, reeds and rice”.

De vogel wordt ontdekt door de in India werkzame Schotse ornitholoog Thomas Jerdon (1811-1872), die later “The Birds of India” schrijft - enkele vogels van India zijn naar hem genoemd. Hij ziet er overwinteren bij Nellore, in Zuid-India, “frequenting rice fields” - paddyfield in de Engelse naam is ook rijstveld. Hij beschrijft de soort in ‘The Madras Journal of Literature and Science’, 1844, 31, onder het kopje “Sylvia (acrocephalus) agricola, new species” (p.131). Schrijft ook: “Mr. Blyth informs me that he had found it very abundant in reedy ground near Calcutta”. Voor Blyth zie ook bij acrocephalus dumetorum en phylloscopus inornatus.

Waarschijnlijk door de rijstvelden, eerder dan door ‘reedy ground’, komt Jerdon op agricola. Maar men moet er de rijstvelden bíj blijven denken, om geen verkeerd beeld te krijgen, zoals ook bij veldrietzanger, vertaald uit Duits feldrohrsänger van 1902. Men kan er ook de ‘droge rietvelden’ bij denken. Dan kloppen de namen zelfs voor het hele jaar.