Photo credit: Fco. Montero via Visual hunt / CC BY-ND

Acrocephalus melanopogon (Temminck 1823: Sylvia melanopogon). Eng. moustached warbler. Ned. zwartkoprietzanger.

Acrocephalus melanopogon kan men vertalen met ‘zwartbaardrietzanger’. Grieks pogon: baard, ook van dieren, en melas: zwart, in sommige samenstellingen melano-. Met ‘besnorde rietzanger’ vertalen mag ook: als zijn Franse naam maakt Temminck bec-fin à moustaches noires: ‘met zwarte snorren’, bec-fin was een algemene naam voor zangvogels met dunne snavels. De zwartkoprietzanger heeft naast een zwarte kruin en een zwarte oogstreep ook nog een aftakkinkje van die oogstreep, lopend van de snavel tot onder het oog. Svensson 2010: “aanduiding van smalle zwarte snorstreep”. De sterk gelijkende rietzanger heeft dit laatste niet.

Omdat de kleurtekening (plaat 245, figuur 2) het aftakkinkje niet laat zien, en Temminck schrijft dat “une moustache noire couvre le lorum” - traditioneel het gebiedje tussen bovensnavel en oog, de ‘teugel’ - kun je je afvragen wat hij precies bedoelde. Maar bij de pogon, de baard, kun je denken dat hij dacht aan baardstrépen - zoals, maar veel opvallender, het baardmannetje heeft.

Temminck ontving de vogel van Charles Bonaparte, die hem kort voor 1823 bij Rome geschoten had. Bonaparte begreep dat het een andere dan de rietzanger moest zijn. Temminck zag er ook een nieuwe soort in.

-

Enkele andere namen voor de zwartkoprietzanger (de codes zie op Home):

(U) Italiaans forapaglie castagnolo, in Savi 1827, nu de officiële Italiaanse naam. De opening bij Savi: “Dorso castagno e nerastro”, ‘de rug kastanjebruin en zwartachtig’ (p.279). Het is een van de verschillen met de sterk gelijkende rietzanger, acrocephalus schoenobaenus.

(G) Officieel Roemeens privighetoare de baltă: nachtegaal van het moeras. Voor nachtegaal heeft men niet luscinia maar privighetoare, priveghea uit Latijn pervigilare: wakend doorbrengen, bij de echte nachtegaal: de nacht (Engels vigilant: waakzaam). In de zang van de zwartkoprietzanger zit een nachtegaalachtig duu-duu-duu, waarschijnlijk de reden voor ‘nachtegaal’ (meer hierover zie bij de snor, locustella luscinioides). In 1841 geeft Gray als génus voor de zwartkoprietzanger lusciniola: nachtegaaltje. Zijn lusciniola melanopogon is vaak als officiële naam gebruikt, tot men besloot dat er te weinig “valid characters” waren voor een genus anders dan het alom gebruikte Acrocephalus (‘Bulletin of the British Ornithologists’ Club’, 1963, deel 83, p.66). Gray motiveerde lusciniola niet, zal uiterlijke kenmerken op het oog hebben gehad, maar voor de naam zelf dacht hij misschien aan de zang.