Photo credit: Andrej Chudy via Visualhunt / CC BY-NC-SA

Locustella fluviatilis (Wolf 1810: Sylvia fluviatilis). Eng. river warbler. Ned. krekelzanger.

Sylvia fluviatilis betekende rivierzanger, river warbler, wat er een vertaling van was. Latijn fluviatilis: bij een rivier levend, fluvius: rivier. De krekelzanger leeft ook bij meren en moerassen, of in vochtig bos, en soms in een park, maar het typerende van de biotoop is lage, dichte begroeiing, en de vóórkeursbiotoop is rivierbos met dichte ondergroei.

Van de beide auteurs van “Taschenbuch der deutschen Vögelkunde” van 1810, Meyer en Wolf, is het Wolf die de nieuwe soort beschrijft. “Ich erhielt einige Exemplare dieses Vogels aus Wien”. Hij komt voor: “Am Ufer der Donau in den Gesträuchen und Rohr in Österreich” (I-230). Wolf noemt hem flußsänger, en sylvia fluviatilis.

-

Enkele andere namen voor de krekelzanger (de codes zie op Home):

(G) N krekelzanger, voor hetzelfde snorrende als bij snor en sprinkhaanzanger, zie aldaar, én bij locustella. Bij de krekelzanger zijn de tonen wel iets beter te onderscheiden. Oostenrijks leirer: lierspeler, een naam bij Wenen, opgetekend in Hennicke 1897: ‘Naumann, Naturgeschichte der Vögel Mitteleuropas’, deel II van een heruitgave van Naumann 1820-1844, met veel aanvullingen. Hennicke vermeldt hem als een naam bij vogelvangers, “die ihn seines wunderlichen Gesanges wegen den Leirer nannten” (p.22).

(V) Officieel Duits schlagschwirl, een naam die ouder flußschwirl verdrongen heeft - voor schwirl zie bij locustella naevia. Wember 2007 denkt dat ‘slag’ te maken heeft met de tonen van hierboven: ze worden min of meer ‘angeschlagen’, zoals ook de nachtegaal ‘slaat’. K. Th. Liebe gáf de naam, in ‘Journal für Ornithologie’, januari 1878 (p.12). Als hij er een hoort zingen, die ineens ook weer ‘hardnekkig zweeg’, denkt hij dat hij zich vergist heeft, “da ich an einen Aufenthalt des Fluss- oder besser Schlagschwirls im Schwarzholz nicht glauben mochte” (maar het jaar erop treft hij hem wéér). Schwarzholz liet men groeien om later te kappen, en in die kaalslag broedde hij dan, al noemt Liebe dit woord niet. Fehringer 1951 interpreteert ook zo, al noemt hij Liebe niet: de schlagschwirl broedt onder andere in “ehemalige Kahlschläge mit dichtem Stockausschlag [nieuwe loten], was ihm den Nahmen Schlagschwirl gab” (p.80).

(V) Nederlands riviersnor, een boekennaam, zelden gebruikt, maar voor de drie belangrijkste Locustella’s heb je dan snor, duinsnor, riviersnor - of kaalslagsnor.