Photo credit: Mike Prince on VisualHunt.com / CC BY

Iduna caligata (Lichtenstein 1823: Sylvia caligata). Eng. booted warbler. Ned. kleine spotvogel.

Latijn caligatus: gelaarsd (caliga: laars, vooral een soldatenlaars). De bruinroze of vleeskleurige pootjes van de kleine spotvogel waren glad, ongeschubd, zag Lichtenstein - alsof hij bruine laarsjes droeg - met daaronder een donkere voet. Bij de vaak zo elkaar lijkende spotvogels, loofzangers, en sommige riet- en krekelzangers, was het niet altijd makkelijk een naam te bedenken. Hier brachten de pootjes uitkomst.

Eduard Eversmann ontdekt de vogel in de buurt van Zuid-Russisch Orenboerg, bij de Ilek. Het dierkundig materiaal van zijn reis door Centraal-Azië stuurt hij naar Berlijn, om door Lichtenstein te laten beschrijven. Deze doet dat in een appendix bij “Reise von Orenburg nach Buchara” 1823, het reisverslag van Eversmann. Lichtenstein: de vogel lijkt sterk op een juveniele kleine karekiet. Een van de punten van verschil: “Die Höhe des Laufs [de poot] ist 9 Linien und dessen Vorderseite ist ohne alle Spur von Einkerbung (ganz gestiefelt bis auf die Zehenwurzel)” (p.128). ‘Ganz gestiefelt’, gelaarsd, benadrukt hij typografisch. Om te laten uitkomen dat hij met caligata dát bedoelt.

-

Enkele andere namen voor de kleine spotvogel (de codes zie op Home):

(G) Officieel Russisch bormotoesjka, bij bormotát’: brommen, mompelen, prevelen, brabbelen - een naam voor de opmerkelijke zang: een haastig, opgewonden, kwetterend brabbelen, met soms, naarmate kracht en snelheid toenemen, een tinkelende bijklank. Vertaald: brabbelaartje.

(V) Nederlands russische spotvogel, officieel Italiaans canapino asiatico, omdat het een vogel van Rusland en Kazachstan is (overwinterend in India). Eversmann, die hem ontdekte, noemt hem in 1842 sylvia scita, naar Scythia, het land van de Scythen, een ruim gebied rond het noorden van de Kaspische Zee, enigszins overeenkomend met het verspreidingsgebied van de kleine spotvogel (dat men toen natuurlijk nog weinig kende). Eversmann lijkt de naam ook te presenteren als een alternatief voor sylvia caligata Lichtenstein, schrijft in 1848 dat de voorkant van de pootjes van zijn in Berlijn terechtgekomen exemplaar, zie hogerop, wél schubjes had, maar “stark verwachsen und ausgeglättet”, ‘zoals ook bij andere oude vogels’ (‘Bulletin de la Société Impériale des Naturalistes de Moscou’, 1848, p.226). We hadden nu dus iduna scita kunnen hebben, maar een eenmaal gegeven naam werd alleen vervangen als er zwaarwegende redenen voor waren. Het ‘foutje’ van Lichtenstein was niet groot genoeg.