Photo credit: So Chi Wai via Visual Hunt / CC BY-NC-SA

Phylloscopus borealis (Blasius 1858: Phyllopneuste borealis). Eng. arctic warbler. Ned. noordse boszanger.

Grieks boreas was de noordenwind, later ook: het noorden. Borealis betekent noordelijk, wat ook bij gavia arctica zit, en bij calonectris borealis. De vogel broedt in het noorden van Scandinavië, in het noorden van Europees Rusland, en in het grootste deel van Siberië (met een overloop in Alaska). Is daarmee een van de noordelijkst broedende loofzangers. Maar is niet ‘arctisch’, broedt niet op de toendra, de noordelijkste vegetatiezone: broedt in de taiga, de door naaldbossen gedomineerde zone ‘onder’ de toendra. Dat noemt men overigens vaak het Noorden, en met het hóge Noorden bedoelt men dan de poolstreken, de árctische gebieden. Engels arctic warbler is daardoor geen handige naam, noordse boszanger past wel (tenzij men Noorse leest).

In Europa levend denk je al gauw dat met borealis óns Noorden is bedoeld, maar Blasius kent de vogel als een Siberische, weet van twee nog niet correct beschreven exemplaren uit die contreien. Met borealis bedoelt hij dát gebied. Maar de naam is óók bedoeld als contrast: hij kent een soort die phyllopneuste javanica heet, ziet de twee vogels door verschillen in de bouw als een subgroepje binnen de loofzangers, en borealis is er dan, contrasterend met die al bekende zuidelijke - ‘een nieuwe soort’, “die ich im Gegensatz zu der nahe stehenden javanischen Art mit dem Namen: Phyllopneuste borealis, nov. Sp., bezeichnen möchte” (p.313).