Cyanistes Kaup 1829

Op grond van DNA-analyses zijn rond 2000 diverse mezen uit het genus parus gehaald en in periparuslophophanescyanistes of poecile geplaatst. Kaup legt cyanistes uit met een niet te vinden Grieks kunaixo: “bläulich aussehen” (p.99). In ieder geval past Grieks kuanos: blauw, zie bij cyanistes cyanus.

De naam is te vertalen met blauwaard of blauwling - bij woorden als tourist of pianist gaat het om handelende personen, om iemand die een tour maakt of een piano bespeelt: een vogel die blauw is, handelt niet, is alleen blauw. Als Duits synoniem voor cyanistes heeft Kaup blaumeise, dé Duitse naam voor de pimpelmees, vergelijk aldaar het oude blawmeiß. Kaup gééft het genus voor pimpelmees en azuurmees, “Meisen mit kurzem Schwanz und zum Theil himmelblau gefärbtem Gefieder” (p.100). Beide hebben hun oude genus nu terug, en met de soortnamen erbij heten beide nu: blauwe blauwaard.