Cyanistes cyanus (Pallas 1770: Parus cyanus). Eng. azure tit. Ned. azuurmees.

Grieks kuanos en kuaneos: donkerblauw. In de ornithologie echter kwamen de latiniseringen cyanus en cyaneus vooral voor ‘gewoon’ blauw te staan, soms zelfs voor lichtblauw, grijsblauw, blauwgrijs. Zie ook bij cyanopica cyanus en circus cyaneus.

Pallas benoemde de azuurmees niet naar het sterke blauw van vleugels en staart, wat hij wel nóemt. In Pallas 1811 begint de omschrijving met: “Parus albus, dorso cyaneo”, ‘Witte mees, met een grijsblauwe rug’ (p.552). De tekst maakt niet duidelijk hoe hij dacht, maar hij kan vergeleken hebben met de pimpelmees, die een groenige rug heeft.