Photo credit: Mick Sway via Visual hunt / CC BY-ND

Poecile lugubris (Temminck 1820: Parus lugubris). Eng. sombre tit. Ned. rouwmees.

In het Nederlands klinkt lugubris nogal luguber. Latijn lugubris betekende echter vooral: van de rouw, in rouw gedompeld (ornatus lugubris: rouwgewaad, lugere: rouwen). Parus lugubris was dus: rouwmees. Sombre tit betekent trouwens ook niet wat men zou kunnen denken. Het is: donkere mees.

Diverse mezen hebben zwart aan de kop, de rouwmees echter heeft een nogal grote zwarte keelvlek, en is daarnaar benoemd. Temminck schrijft dat de vlek groot is, “le noir de la gorge occupe un grand espace” (I-293), en dat de rouwmees zich onder andere daardoor van vergelijkbare mezen onderscheidt.

De rouwmees is natuurlijk maar gedeeltelijk in de rouw. Bij zwarte stern, zwarte tapuit en zwarte zee-eend paste het ook daar ooit gebruikte ‘rouw’ heel wat beter.

-

Enkele andere namen voor de rouwmees (de codes zie op Home):

(U) Officieel Turks ak yanaklı baştankara: witwangmees (baştankara betekent mees, yanak wang, ak wit). De brandgans, die óók een opvallende wang heeft, heet ak yanaklı kaz: witwanggans (kaz, gans, zit mogelijk ook in de naam van de casarca, zie bij tadorna ferruginea).

(V) Officieel Zweeds balkanmes, waarin mes mees is. De vogel komt voor op de Balkan (en in Turkije enzovoort). De Italianen noemen hem cincia dalmatina, omdat hij aan de ‘overkant’ zit: in Dalmatië, het kustgebied van huidig Kroatië.

(V) Officieel Roemeens piţigoi de livadă: boomgaardmees, piţigoi is mees, livadă is boomgaard - de rouwmees broedt onder andere in boomgaarden - waar de glanskop overigens ook wel broedt.