Photo credit: Mick Sway via Visual hunt / CC BY-ND

Poecile lugubris (Temminck 1820: Parus lugubris). Eng. sombre tit. Ned. rouwmees.

In het Nederlands klinkt lugubris nogal luguber. Latijn lugubris was echter vooral: van de rouw, in rouw gedompeld (ornatus lugubris: rouwgewaad - lugere: rouwen). Parus lugubris was dus: rouwmees. Sombre tit betekent trouwens ook niet wat men zou kunnen denken. Het is: donkere mees.

Diverse mezen hebben zwart aan de kop, de rouwmees echter heeft een nogal grote zwarte keelvlek - en is daarnaar benoemd. Temminck schrijft dat de vlek groot is, “le noir de la gorge occupe un grand espace” (I-293), en dat de rouwmees zich onder andere daardoor van vergelijkbare mezen onderscheidt.

De rouwmees is natuurlijk maar gedeeltelijk in de rouw. Bij zwarte stern, zwarte tapuit, zwarte zee-eend paste het ook daar ooit gebruikte ‘rouw’ heel wat beter.