Photo credit: polandeze via VisualHunt.com / CC BY-NC

Pyrrhocorax pyrrhocorax (Linnaeus 1758: Upupa pyrrhocorax). Eng. chough. Ned. alpenkraai.

In drie genera voor Europese soorten zit Grieks korax, raaf: in phalacrocorax voor de aalscholvers, in nycticorax voor de kwak, en in pyrrhocorax, waarin daarnaast Grieks purrhos zit: roodachtig, vlamkleurig, zoals ook in pyrrhula pyrrhula voor de goudvink. Opvallend is dat bij Griekse schrijvers geen purrhokorax gevonden is - hoewel ook geen phalakrokorax - maar nuktikorax dan weer wel. Mogelijk geldt voor pyrrhocorax wat bij het genus lagopus staat: dat een in het Grieks schrijvend naturalist een lokale naam vergriekste, en in Latijnse vorm opschreef. Lokaal is hier, net als daar: in of bij de Alpen.

Aristoteles beschreef de alpenkraai al, zie zijn korakias bij het genus coracias. Later, bij Plinus, staat de pyrrhocorax, die Latijnse vorm, Plinius heeft het over “Alpium pyrrhocorax, luteo rostro, niger”, ‘de rode raaf van de Alpen, zwart, gele snavel’ (X-133). Meestal schrijft men dat dit de alpenkauw moet zijn geweest, gezien de snavel, maar men kan ook beide hebben bedoeld: het zinnetje van Plinus wijst wel op de alpenkauw, maar pyrrhocorax misschien juist op de alpenkraai, rood slaat eerder op de opvallend rode snavel van díe dan op de zwak rode poten van de alpenkauw. Denkbaar is misschien ook nog dat men in de alpenkraai het mannetje, in de alpenkauw het vrouwtje zag (de alpenkraai kwam er vroeger meer voor dan nu, en in de broedtijd kunnen de twee soorten in elkaars nabijheid worden gezien).

Turner 1554 ziet er de alpenkraai in. Gesner 1555 en Aldrovandi 1599 kennen ook de alpenkauw en denken dat díe het was (beiden hebben zwart-wit-tekeningen, waarop het verschil in lengte van de snavels goed is te zien, maar een eerdere tekening in kleur, gemaakt ten behoeve van Aldrovandi, is duidelijk de alpenkraai, en pyrrhocorax staat op díe: het liep natuurlijk met gemak allemaal door elkaar). Willughby 1676 tot slot ziet in pyrrhocorax de alpenkraai en Linnaeus volgt.

-

Enkele andere namen voor de alpenkraai (de codes zie op Home):

(U) Upupa: hop. Vanwege de gekromde snavel zet Linnaeus de alpenkraai in het genus Upupa, waarin hij als eerste soort de hop zelf heeft, upupa epops.

(U) Engels red-billed chough, wordt soms als officiële naam gebruikt. De rode snavel bij de adult is een opvallend kenmerk en de alpenkraai bróedt in Engeland (de alpenkauw niet). Belon 1555 noemde hem chouca rouge: rode kauw: ‘hij verschilt van de kauw vooral door rode snavel en poten, ook ’n beetje door de grootte’ (p.287). Ray 1678 schreef: “It is like a Jackdaw, but bigger, and almost equal to a Crow” (p.126). De jackdaw is de kauw.

(V) N alpenkraai, waarschijnlijk ontleend aan officieel Duits alpenkrähe, een naam die opgetekend is in Adelung 1774, met als een synoniem bergkrähe. Onduidelijk is welke van de twee soorten Adelung bedoelde, maar bij Brehm 1866, deel III van ‘Illustrirtes Thierleben’, is de alpenkrähe de alpenkraai, de “Alpen- oder Steinkrähe” (p.334). Brehm noemt ook de gebergten waarin de vogel broedt (maar “In den Schweizer Alpen ist er seltener”). In Houttuyn 1762 is er een Nederlands klip-hoppe, Ray 1678 had: aan de westelijke Engelse kusten zie je ze “about the Cliffs and Rocks near the Sea”, “It frequents Rocks, old Castles, and Churches by the Sea-side” (p.126). Houttuyn zal Cliffs en Upupa hebben gecombineerd.

(?) Avis incendiaria: brandvogel, een naam bij de Romeinen, door sommigen geïnterpreteerd als alpenkraai en/of alpenkauw. Voor meer zie bij de pestvogel, bombycilla garrulus.

(?) E chough, van oorsprong een klanknabootsende naam voor de kauw, zoals graculus dat ook was, zie bij pyrrhocorax graculus. Voor de alpenkraai had men lang cornish chough, omdat hij in Cornwall veel voorkwam, maar latere schrijvers laten cornish weg en zo wordt chough de alpenkraai. Lockwood 1984: “There is no evidence for an English folk-name specifically for the Chough; it would never be prominent enough to be called anything other than Jackdaw [kauw] or Crow” [kraai]. Maar wat gaf de ‘transfer’ van de naam? Het kleed? Het geluid? In cornish chough kunnen beide hebben gezeten, omdat de alpenkraai in beide wat op de kauw lijkt. Bij cornish choghe schreef Turner 1544: “vocem habet monedula acutiorem, & magis querulam”, wat Willughby 1676 bij cornish chough ongeveer ook zo zegt: “Vox monedulae sed magis rauca”, ‘het geluid zoals de kauw, maar heser’ (p.86). Het zou kunnen suggereren dat het om het geluid ging, maar zeker is het niet. En om beide tegelijk kan het óók zijn gegaan. Misschien ligt dat ook wel het meest voor de hand.