Photo credit: Agustín Povedano via VisualHunt.com / CC BY-NC-SA

Passer hispaniolensis (Temminck 1820: Fringilla hispaniolensis). Eng. spanish sparrow. Ned. spaanse mus.

De spaanse mus is niet een vogel van alleen Spanje: hij werd er ontdekt (Latijn Hispania: Spanje). Temminck kent de nieuwe soort door Johann Natterer, die er schoot bij Algeciras, dichtbij Gibraltar. Hij verwijst ook naar Savigny 1809 die hem had onder een Frans moineau d’égypte, egyptische mus, hoewel hij dáár alleen in de winter zit. Temminck: we weten over deze soort nog niet veel.

-

Enkele andere namen voor de spaanse mus (de codes zie op Home):

(U) Officieel Spaans gorrión moruno: moorse mus, voor het vele zwart, meer dan de huismus heeft.

(V) Officieel Italiaans passera sarda: sardijnse mus (passera is de huismus, die ook passera europea wordt genoemd). Vanuit Italiaans zicht is het een sardijnse, geen spáánse mus. Savi 1829 gaf de naam, met in de tekst: hij is “comune in Sardegna, in Corsica, ed in Sicilia” (p.107).

(?) Spaans pájaro cagón. Wanneer er 'schuwe mus' staat (cagón kan 'bevreesd mens' betekenen): de spaanse mus broedt minder dan de huismus, passer domesticus, dichtbij de mensen, en vergelijk dan Nederlands veldmosch voor de ringmus, passer montanus. De primaire betekenis van Spaans cargón is echter: 'vaak ontlasting hebbend', en dan zitten we misschien bij Spaans cagastiles zie bij saxicola rubicola onder Vlaams riekschijtertje. Misschien zit de spaanse mus ook vaak ergens op.