Photo credit: sussexbirder on Visualhunt / CC BY

Acanthis hornemanni (Holbøll 1843: Linaria hornemanni). Eng. arctic redpoll. Ned. witstuitbarmsijs.

Holbøll, die de witstuitbarmsijs op Groenland ontdekt, vernoemt hem naar de Deense botanicus Jens Hornemann (1770-1841), “der fra min tidligste Barndom har upmuntret min Lyst til Naturhistoriens Studium”, ‘die vanaf mijn vroegste jeugd mijn plezier in het bestuderen van de natuurlijke historie aangemoedigd heeft’, maar met hornemanni wil hij hem óók eren ‘voor zijn verdiensten voor de wetenschap’ (p.398).

De vogel werd soms als een soort gezien, dan weer als een ondersoort van de barmsijs, acanthis flammea. Voous 1960: “Op grond van de huidige kennis is [...] nauwelijks te beslissen, welke van de twee opvattingen de voorkeur verdient” (p.256). Daarmee worstelde Holbøll in zekere zin al: terwijl hij opent met ‘ik kan niet aannemen dat dit slechts een variëteit van de barmsijs is’, schrijft hij ook dat hij hem in 1824 opstuurde naar Temminck, die er een soort in zag, ‘maar die hem in zijn Supplement toch niet gaat opnemen, zodat ik aanneem dat hij van mening veranderd is’. Inmiddels is men het met elkaar eens.

-

Enkele andere namen voor de witstuitbarmsijs (de codes zie op Home):

(U) N witstuitbarmsijs, een naam voor de witte stuit (die soms een lichtroze tint heeft). Officieel Deens hvidsisken: witsijs, waarschijnlijk een naam voor de héle vogel: het mannetje van exilipes (zie hieronder) is vrij wit, Snow 1998 typeert hem met “ghostly finch”, anderen zeggen dat hij met bloem bestrooid lijkt. In Noord-Amerika is er hoary redpoll voor, hoary: grijs, wit.

(U) Aegiothus exilipes, exili-pes: tenger-poot (voor aegiothus zie aigithos bij het genus aegithalos). Europa en Noord-Amerika hebben exilipes als belangrijkste ondersoort. In Engeland heet hij coues’ redpoll, Elliot Coues gáf aegiothus exilipes, in “Monograph of the Genus Ægiothus, with descriptions of new species”, een artikel in ‘Proceedings of the Academy of Natural Sciences of Philadelphia’ 1861/1862 (hij dacht dat hij een nieuwe soort beschreef). In de tekst had hij: “pedibus parvis exilibusque, digitis brevibus” (p.385), “the feet are much smaller, and weaker than in linarius [de barmsijs], the difference being especially noticeable in the length of the toes” (p.386). Het ‘barmsijzen-complex’ is geen gemakkelijke groep en kleine verschillen tellen dan.

(V) Officieel Engels arctic redpoll - omdat de witstuitbarmsijs grotendeels boven de Noordpoolcirkel broedt - in de winter “main population remains in or near breeding latitudes, coping with night temperatures down to c. – 60ºC” (Snow 1998).

(?) Officieel Zweeds snösiska: sneeuwsijs. De naam kan met het noordelijke te maken hebben, maar volgens Tyrberg 1996, ‘Svenska fåglars namn’, ook met het lichte verenkleed, vergelijk hvidsisken hogerop.