Photo credit: BioDivLibrary via VisualHunt.com / CC BY

Loxia pytyopsittacus Borkhausen 1793. Eng. parrot crossbill. Ned. grote kruisbek.

Het had pityo- moeten zijn, gezien Grieks pitus: pijnboom. Het tweede lid van pytyopsittacus is Grieks psittakos: papegaai. In woordenboeken zou parkiet mogen staan: wat de Grieken onder psittakos leerden kennen, waren parkieten, zie ook bij psittacula, het genus van de halsbandparkiet.

Nadat Europa papegaaien had leren kennen, werd ‘papegaai’ ook gebruikt voor soorten die door kleur, snavel, gedrag iets van een papegaai hádden: kruisbek, haakbek, scharrelaar, groene specht, papegaaiduiker. Voor dé kruisbek ontstaat een in 1780 opgetekend Duits tannenpapagei: sparrenpapegaai - Tanne is spar, niet den - ‘O denneboom’ zal een verkeerde vertaling zijn, men zingt het bij een spar. Waarschijnlijk door deze Duitse naam, maar op de grote kruisbek overgezet en aan de biotoop aangepast, komt Borkhausen tot pytyopsittacus: dennenpapegaai (pijnboom = dennenboom). De kruisbek broedt vooral in sparrenbossen, de grote kruisbek in dennenbossen.

Bij de kruisbek zal ‘papegaai’ een naam zijn geweest voor de combinatie van rode kleur, gebogen snavel, en als een papegaaitje door de bomen klauteren - Frisch 1733: en door de kooitjes - en Houttuyn 1763: pakt sparappels “en houdtze met de Pooten als een Pappegaay of Inkhoorn vast” (p.499). In het Noorden geeft men ‘papegaai’ eerder aan de haakbek: uit 1762 is er een Noors norsk papegoy, bij Houttuyn 1763 Zweeds swensk papegoja, bij Pallas 1811 Russisch finskoi papogai. Het zijn boekennamen, maar men zag dus gelijkenis.

Mogelijk dacht Borkhausen voor ‘papegaai’ vooral aan de enorme snavel, zo ánders dan bij dé kruisbek. Bechstein 1795 schrijft dat het de belángrijkste reden had mogen zijn. Daarover valt te twisten.

Opmerkelijk is dat Linnaeus 1758 de vogel niet had, terwijl zijn leermeester Rudbeck (1660-1740) er een tekening van had gemaakt én er een soort in zag. Mogelijk dacht Linnaeus dat kruisbek en grote kruisbek één waren. Of hij kon zich niet voorstellen dat er twéé vogels met zulke vreemde snavels waren.