Photo credit: BioDivLibrary via Visualhunt.com / CC BY

Loxia leucoptera Gmelin 1789. Eng. two-barred crossbill. Ned. witbandkruisbek.

Anders dan de andere kruisbekken van Europa heeft de witbandkruisbek witte banen over de vleugels, is daaraan te herkennen. Grieks leuko-pteros: ‘met witte vleugels’, vergelijk chlidonias leucopterus, waar het méér dan een band is. Gmelin kent de ‘dubbele witte band’ door Latham 1783: “the wing is black, marked with a bar of white from the shoulder, passing obliquely backwards, and a second bar, or rather spot” (p.108). Latham geeft white-winged crossbill, Gmelin latiniseert. White-winged kon worden gebruikt voor vogels met slechts een witte band. Zo heet melanitta fusca in Noord-Amerika white-winged scoter. En in de ornithologie is leucopterus vaker voor dit white-winged gebruikt. Bij larus glaucoides een voorbeeld van white-winged voor de héle vleugel.

Latham is de eerste die hem heeft. De Noord-Amerikaanse. “I have received this both from Hudson’s Bay and New York” (p.108). De witband is ‘circumpolair’, leeft in het noorden van Eurazië en het noorden van Noord-Amerika. Brehm 1827 is de eerste die hem voor Europa beschrijft, met de soortnaam bifasciata: dubbel gestreept, Latijn fascia: band - Nilsson 1832 loxia bifasciata, mét een kleurtekening van het adulte vrouwtje - Audubon had in 1833 een tekening waarop ook twee mannetjes.

Maar waar kwam hij vandaan? Ze waren gezien in het Thüringer Woud en bij Wenen, wat Brehm doet denken dat ze niet uit Noord-Amerika kwamen, eerder uit het Oosten. ‘Bovendien is die van Latham anders dan de Europese’. Het was lang een vraag, of de twee een en dezelfde soort waren.