Photo credit: Mick Sway via Visual Hunt / CC BY-ND

Emberiza caesia Cretzschmar 1826. Eng. cretzschmar’s bunting. Ned. bruinkeelortolaan.

De bruinkeelortolaan lijkt sterk op de ortolaan, verschilt er onder andere van doordat bij de volwassen mannetjes kop en borst blauwgrijs zijn, Latijn caesius: grijsblauw, de ortolaan is daar groengrijs. Ook heeft hij een roestbruine keel, vandaar bruinkeelortolaan, de ortolaan is daar gelig.

De Engelse naam is een eerbetoon aan Philip Cretzschmar die de vogel beschreef naar aanleiding van de ontdekking door Eduard Rüppell, Duits naturalist die in de jaren 1821-1827 door het stroomgebied van de Nijl trekt en er zoölogisch onderzoek doet, zie ook bij sylvia rueppelli, buteo rufinus, en de Literatuur. Cretzschmar geeft als Duitse naam grauköpfiger ammer: grijskoppige gors. In de tekst heeft hij: “Kopf, Nacken und Brust bläulichgrau” (p.17).

Mogelijk benoemden de Grieken de bruinkeelortolaan al, met orospizos, een naam bij Aristoteles, zie bij de keep, fringilla montifringilla.