Photo credit: Ján Svetlík via Visualhunt / CC BY-NC-ND

Emberiza melanocephala Scopoli 1769. Eng. black-headed bunting. Ned. zwartkopgors.

Melanocephala betekent: ‘met zwarte kop’. Grieks melas: zwart, kephale: kop, hoofd. Vergelijk sylvia melanocephala voor de kleine zwartkop en larus melanocephalus voor de zwartkopmeeuw, en zie ook bij sylvia atricapilla, de zwartkop.

Scopoli beschrijft de vogel natuurlijk als vooral geel, maar heeft ook: “Caput nigrum”, ‘de kop zwart’, ‘tot op het midden van de hals’ (I-142). Zoals bij meer zwartkoppen maakt het zwarte de indruk een kapje te zijn en rond 1900 is er daardoor Nederlands kapgors, de eerste Nederlandse naam, vertaling van Duits kappenammer: kapgors. De kokmeeuw werd wel kapmeeuw genoemd en de huidige Engelse naam ervoor is black-headed gull.

Mogelijk hadden de oude Grieken al namen voor deze zo opvallende en in Griekenland veel voorkomende vogel: oinanthe en ampelion, zie bij de tapuit, oenanthe oenanthe.