Photo credit: Mick Sway via VisualHunt / CC BY-ND

Emberiza calandra Linnaeus 1758. Eng. corn bunting. Ned. grauwe gors.

De grauwe gors lijkt op een leeuwerik - kreeg daardoor een leeuwerikennáám, calandra, een naam die in melanocorypha calandra voor de kalanderleeuwerik zit. Belon 1555 schreef al dat de vogel op een leeuwerik leek. Gesner 1555 ook, bij herhaling. Aldrovandi 1600 vergroot de trap, noemt hem “alaudae congener”, van hetzelfde geslacht als de leeuweriken (p.850), en zo ís het er een. Men had ook kunnen vergelijken met de veldleeuwerik: misschien gaf het ‘stevig gebouwde’ van beide soorten de doorslag.

Willughby 1676 ziet ‘dat de snavels verschillend zijn’, maar denkt toch ‘dat de calandra wellicht dezelfde is als emberiza alba’, de witte gors. Dat laatste was een naam van Gesner, voor de lichte onderkant van de grauwe gors (Springer 2009 wil er de sneeuwgors in zien). Ray 1694 voegt een vraagteken toe: ‘was de calandra wel dezelfde als emberiza alba?’

Linnaeus kiest calandra. Mogelijk vond hij ‘witte gors’ niet passen. Of het was dat Gesner bij emberiza alba niet helemaal zeker wist of het de grauwe gors was (vrij zeker wel). Ook kan hebben gespeeld dat iedereen schreef dat de grauwe gors er zo leeuwerikachtig uitzag, of zelfs een leeuwerik wás. En: in 1746 kende Linnaeus voor de grauwe gors Zweeds kornlärcka, graanleeuwerik. Tot slot: de kalanderleeuwerik zelf zat niet in de weg, omdat Linnaeus hem niet kende.

In 1766 kent hij de kalanderleeuwerik wel. Noemt hem alauda calandra, waarmee calandra terugkeert naar de waarschijnlijk rechtmatige eigenaar. De grauwe gors noemt hij nu emberiza miliaria - voor die naam zie emberiza hortulana. Volgens de ‘regel van de prioriteit’ echter, zie de Inleiding, gaat een oudere naam vóór, en zo zitten we nu met twee vogels die calandra heten. Bij soorten die alba of major heten, wit of groot, is dat geen probleem. Bij calandra wel, al weerspiegelt emberiza calandra aan de andere kant een belangrijk aspect van de historie van de ornithologie: de moeite die men had - maar ook die men nám - om gelijkende soorten te onderscheiden.