Thorburn. Photo credit: BioDivLibrary via Visualhunt / CC BY

Coturnix coturnix (Linnaeus 1758: Tetrao coturnix). Eng. quail. Ned. kwartel.

Bij Frederik II ±1246 stond Latijn coturnix bij zijn kleurtekeningen van de kwartel en bij de Romeinen wás coturnix ook vrij zeker de kwartel. De oudere vorm was cocturnix.

De naam wordt in vrijwel alle boeken een klanknaam genoemd, zoals ook quail, kwartel, Duits wachtel, Italiaans quaglia, Frans caille, Middelnederlands quackele, Oudhoogduits wahtala en quahtila, Middeleeuws Latijn quaquara en quacula, enzovoort enzovoort, de namen voor een deel uit elkaar voortgekomen - Van Cantimpré ±1240 citeert onder coturnix een ouder quiscula en ook deze naam lijkt bij de groep te horen (en mogelijk is hij terechtgekomen in quiscalus quiscula voor de glanstroepiaal). Wel zijn de boeken stil over de precieze relátie met het geluid. In sommige staat alleen: klanknabootsend. In andere dat het eerste deel klanknabootsend is, een *wak- of *kwak-, voor cocturnix *quok-. In een derde groep staat dat de drieledige namen (dat is: álle namen - de huidige korte waren ooit drieledig) nabootsingen zijn van de driedelige ‘slag’, de kwartelslag. Vrijwel niemand benoemt die slag, een vaak herhaald ‘kwik-we-dik’ van het mannetje - of gaat in op de vraag hoe *(k)wak- of *quok- te verenigen zijn met een duidelijk kwik.

Er ontstonden ook vele verklankingen die wél direct bij het kwik-we-dik passen. Echte namen, zoals Gronings kuutjeblik, of het fraaie pdpdk, de officiële Bulgaarse naam – meer echter: bijnamen of delen van rijmpjes: Nederlands kwik me dit, Duits bück den rück, Engels wet my lips, Vlaams spijt me dit, Duits tritt mich nit, enzovoort. Nergens ò of à. Van coturnix en quaquara enzovoort valt dan ook vooral op dat ze het rítme van de roep weerspiegelen, de driedeligheid van het kwik-we-dik. Misschien kwamen ze voort uit namen die lang geleden díchter bij het kwik-we-dik stonden.

Van coturnix dacht de Romeinse schrijver Festus al dat het een klanknaam was: “coturnix appellatur a sono vocis”. Gesner 1555 citeert Festus en vervolgt: “Si iteratim sones co tur nix, [...]” (p.339), in vertaling bij Horst 1669: “wenn man diesen Nahmen, eine Silben nach der andern, als Co-tur-nix außspricht, so wird man dieses Vogels Stimm eygentlich außdrucken, sagt Gyb. Longolius” (II-195). Het is niet helemaal ‘eygentlich’, maar het komt in de buurt.

-

Enkele andere namen voor de kwartel (de codes zie Home):

(U) Duits kleines feldhuhn, kleine patrijs. Voor het uiterlijk verder nauwelijks namen, omdat het geluid domineerde en de vogels zich zelden laten zien.

(G) Coturnix dactylisonans, Bernhard Meyer 1815, ‘Kurze Beschreibung der Vögel Liv- und Esthlands’. De dactylus is een versvoet: de eerste lettergreep beklemtoond, de twee volgende onbeklemtoond - zie de bijnamen hierboven.

(G) Méér klanknamen: Lets paipala, Russisch perepel, Sardijns perpereche. De kwartel is (dus) niet doof, en jagers wisten dit, lokten de vogels met kwartelfluitjes: ‘zo doof als een kwartel’ ging er waarschijnlijk om dat ze niet snel opvliegen, pas op het laatst: ze líjken doof, vergelijk doverik bij lymnocryptes voor het bokje (een alternatief: in het Middelnederlands betekende doof ook ‘dwaas’, de uitdrukking dan omdat de vogels zich makkelijk lieten pakken - maar of de uitdrukking zo oud is?).

(G) Duits diccurhicvogel, in Bechstein 1793. In het ‘kwik-we-dik’ van hogerop hoorde men (Latijn) “Dic, cur hic”: ‘Zeg, waarom hier’, waarschijnlijk middeleeuws, een christelijke aansporing om je te bezinnen op het aardse bestaan, bij anderen om te blíjven nadenken. ‘Iedereen’ kende het, in 1825, zonder uitleg: “wanneer men maar het ‘dic, cur hic?’ in acht wil nemen”. In een gedicht van Luise Hensel, ‘Wachtelruf’, 1862, zit het christelijke: “Es wohnt im tiefen Waizenfeld / Ein Vöglein” dat vraagt: “Dic, cur hic?” Maak je teveel plezier, dan máánt de vogel je: ‘vergat je dat God je schiep?’

(V) Frans caille des blés, kwartel van het koren. Duits kornmutter, uit Kornmutter, in het volksgeloof een geest van de korenvelden. Ze zitten vaak op graanakkers. Vergelijk Waizenfeld hierboven: tarweveld.